skip to Main Content
India: Zon en zee in het zuiden

India: Zon en zee in het zuiden

Na een lange rit komt onze bus aan in Panaji (ook wel Panjim), de hoofdstad van Goa. Hier kwam 500 jaar geleden de Portugees Alfonso de Albuquerque aan land, waarna dit stuk van India al snel bij Portugal werd gerekend. Niet gek dus dat de stad hier en daar behoorlijk Mediterraans aandoet. Voor ons een uitgelezen mogelijkheid om dat echte ‘vakantiegevoel’ te ervaren. En dat konden we na Delhi en Mumbai wel gebruiken!

Goa
Panaji blijkt precies wat we nodig hebben. Rustige straatjes, gekleurde huisjes en zelfs een aantal kerkjes. Als je niet beter wist zou het zomaar de Algarve kunnen zijn. Ook het weer doet niets anders vermoeden: het is warm, klammig warm. Tussen 13.00 en 15.00 uur moet je zorgen dat je in de schaduw op een terrasje zit, dus dat doen wij dan ook braaf. De verkenning van de stad volgt later, en is zeker een vermelding waard. We lopen langs de prachtige en een veel te lange naam hebbende Church of Our Lady of the Immaculate Conception, nemen een kijkje bij haar kleinere broertje de Chapel of St Sebastian en struinen door de straatjes van Fontainhas, de oude wijk. Panaji is relaxed, waardoor wij er ons helemaal thuis voelen. Ons hostel, ook in Fontainhas, hebben wij speciaal vanwege zijn goede wifi uitgezocht, en dus kan er na ongeveer een maand van blokjes en haperingen eindelijk weer eens vloeiend met thuis worden geskyped. En dat is toch best wel eens gezellig!

Hoewel Panaji ons erg goed bevalt, staan we de volgende dag toch weer bepakt en bezakt op de bus te wachten. Dit was namelijk slechts een voorproefje van het echte Mediterraanse vakantiegevoel: zon, zee en strand! En dus zakken we nog wat verder af naar het zuiden. Gokarna, eigenlijk net niet meer in Goa maar in Karnataka, is waar wij echt willen gaan ontspannen. Even helemaal niets doen. Behalve verbranden dan. Want ja, na vier maanden reizen laat de eerste zon op je rug en schouders best wel wat sporen achter. En daar doet factor 15, want dat is alles wat ze hier hadden, vrij weinig tegen. Maar goed, rode schouders zijn zorgen voor later en wij vermaken ons tot die tijd prima door te zwemmen, een stukje te wandelen en/of wat te lezen. De wandeling brengt ons naar het afgelegen Paradise Beach. Dit strandje, waar geen hotels of restaurantjes te vinden zijn, lijkt geheel te zijn overgenomen door een groep hippies, die in hangmatten, tentjes en zelf gebouwde hutjes hun onderkomen hebben. Als we weer terug zijn op ons eigen Om Beach koopt Irma nog een paar foeilelijke mannenslippers. Die van haar waren namelijk wel aan vervanging toe en vrouwen schoenmaat 39 of hoger kennen ze hier niet.

Kerala
Na deze heerlijke daagjes aan het strand stappen we de nachttrein in naar Kochi, gelegen in Kerala. Door vertraging (hoe kan het ook anders) komen we hier pas laat in de middag aan en dus gaan we snel het stadje in om de boel te verkennen. Kochi is vooral bekend vanwege de eeuwenoude Chinese visnetten (Chinese Fishingnets), die nog volop gebruikt worden voor de dagelijkse visvangst. De visnetten worden met behulp van enorme stellages het water in en uit gehesen. Nadat we een poosje hebben staan toekijken, worden ook wij gevraagd onze handen uit de mouwen te steken en helpen we dus een handje met het ophalen van de netten. Helaas zit er niets in het net dan wat kleine schelpjes. Deze manier van vissen is erg arbeidsintensief en dat is een van de redenen dat deze stellages langzaam verdwijnen, wat toch wel jammer is. We lopen nog wat rond door het stadje en komen per toeval uit bij een veel te sjiek, maar super mooi hotel/restaurant met uitzicht over het havengebied. We besluiten eens gek te doen en daar diezelfde avond romantisch uit eten te gaan. We besteden er 2000 Rupee (zo’n 26 euro en dus bijna het 10-voudige van wat we normaal betalen), maar dat was het zeker waard!

De volgende dag is het tijd om wat meer van Kerala, de provincie waar we nu in zijn, te gaan zien. In Kerala vind je behalve een mooie kustlijn namelijk ook nog iets anders moois: de Backwaters. Dit zijn de rivieren en kanaaltjes die zich achter de kustlijn bevinden en samen met Kerala’s bossen voor een uniek landschap zorgen. Onze voorkeur gaat uit naar de backwaters rond Alleppey, een plaatsje wat door veel reisgidsen wordt aangeraden. Helaas ligt dit iets te ver weg van Kochi (het was misschien wel te doen maar we hadden vooral geen zin in heel veel geregel), maar gelukkig biedt ons hotel (Lilly’s Inn) een goed alternatief en dus gaan we de volgende dag naar het vlakbij gelegen Vaikam. Met een groep van 19 mam varen we in de ochtend over de rivieren en bezoeken we een lokaal fabriekje, waar het proces om kalkpoeder uit de in de backwaters gevonden schelpjes te verkrijgen haarfijn wordt uitgelegd. Na een bezoek aan een ander fabriekje, waar touw wordt gemaakt uit kokosnoot schil, is het tijd voor een lokale lunch. Geserveerd op een bananenblad natuurlijk. Na deze lunch kunnen we ervoor kiezen met een kleiner bootje verder te gaan of met dezelfde grote boot. Door het ontbreken van zonwering op het kleine bootje kiezen er slechts twee mensen voor deze optie, die twee zijn wij. Dat wordt dus een privé tourtje en daarmee hebben we een goede keuze genaakt! Onze ‘gondelier’ vaart ons al snel een van de smallere kanaaltjes in waar we, gedekt onder de schaduw van de palmbomen, langs de dagelijkse bezigheden van de bewoners varen: twee vrouwen zwemmend opzoek naar schelpen, mensen die kleren aan het wassen zijn en een stel jeugd wat zich vermaakt aan de waterkant. Ook neemt de vriendelijke man ons nog even mee een kruidentuin in waar hij ons laat zien en proeven waar kaneel, peper, curry en andere kruiden vandaan komen.

Klaar voor vertrek
Weer terug in Kochi nemen we een douche (al plakken we vijf minuten later weer net zo erg als daarvoor), eten we een overheerlijke fish curry en maken we ons klaar voor onze laatste treinrit in India. 17 uur moet het gaan duren voordat we in Tiruchirappalli zijn. Vanuit deze stad gaat namelijk onze vlucht naar de volgende bestemming: Sri Lanka. Daarnaast heeft deze stad nog een aantal bezienswaardigheden die we, nu we er toch zijn, toch nog wel even mee willen pakken. Vooral de Sri Ranganathaswamy Temple, met zijn vele kleurrijke gopurams (een soort toegangspoorten) is bijzonder. De rijk versierde torens hebben wij nog niet eerder zo gezien en maken dus zeker wel indruk. Het drukke dagelijkse leven in deze grote stad maakt ook indruk, maar die laat ons eerder vermoeid achter. We eten nog een laatste keer een echte Indiase curry en duiken dan op tijd ons bed in, klaar voor Sri Lanka.

India, je was prachtig! Je hebt ons hier en daar wel wat stress opgeleverd door je drukte en waardeloze treinverkeer, maar dat heb je weer helemaal goedgemaakt met je ontspannen zuiden. Je inwoners hebben ons ook erg vaak proberen op te lichten, maar ook dat is goedgemaakt door de hoeveelheid super lieve en behulpzame mensen die je rijk bent. Wij kunnen dan ook iedereen aanraden India te bezoeken, maar neem dan wel de tijd en wees voorbereid!

Dit bericht heeft 3 reacties
  1. Hey Irma en Tijl,

    Het heeft even geduurd, maar ik ben helemaal bijgelezen met jullie verhalen. Echt een super toffe reis zo te zien, ik ben jaloers!! Heel veel plezier nog verder!

  2. Klinkt weer super en ziet er mooi uit. Ben nu toch wel een beetje benieuwd naar die foei lelijke slippers haha 😉 ‘Begraaf je stront en verbrand je papier’ LOL Fijn Tijl dat je toch nog even met de vissen hebt kunnen werken, voelt vast vertrouwd… Jullie zien er mooi en gelukkig uit op de foto. 🙂 Goeie spierballen Irma! Mooie kleurrijke gebouwen, lijkt wel een perfecte carnavalswagen! Ga ff verder met lezen en kijken en mijn reis richting jullie wordt beetje bij beetje meer concreet! Enjoy en hopelijk snel tot spreeks! XXX

  3. Hoi Irma en Tijl,
    Ik had niet meteen het idee dat ik naar India zou willen maar nu ik jullie verhalen lees en foto’s zie vind ik het toch een mooi land.
    En nu naar Sri Lanka, ik ben benieuwd hoe het daar is.
    Geniet van jullie reis en lieve groetjes, tante Wilma

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.