skip to Main Content
Nieuws Uit Nieuw-Zeeland Part III: Oost, West, Zuid Best (vervolg)

Nieuws uit Nieuw-Zeeland part III: Oost, west, Zuid best (vervolg)

Op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland is echt veel teveel te zien. In ieder geval teveel om er slechts één blogpost aan te wijden. Want je denkt toch zeker niet dat we na ons vorige verhaaltje al klaar waren? Nee, er is nog veel meer dan regen, prachtige routes en een berg aan wildlife (al klinkt dat op zich al best goed moeten we bekennen). Daarom hebben we het hele zooitje maar gewoon opgesplitst in twee stukken, waarvan je hieronder deel twee kunt lezen.

Alleen als ie ijs en ijskoud is!
Als je na het zien van al die wilde dieren een nog betere reden nodig hebt om naar Nieuw-Zeeland te gaan, dan komt die nu: de fantastische natuur. De zomer (in Nederland dus winter) is de beste tijd om die te gaan bekijken, vooral omdat er dan minder regen valt en het minder koud is. Daarnaast vind je er in die tijd van het jaar de mooiste uitzichten, met alpenweides vol bloemen die volop in bloei staan. Wij zijn er in de lente en hebben gelukkig niet al te veel kou hoeven leiden. Ook hebben we behoorlijk wat kleurrijke uitzichten mogen aanschouwen, dus behalve de al eerder beschreven regen hadden we het zo slecht nog niet. Zelfs de restanten van de winter waren nog zichtbaar in de vorm van besneeuwde bergtoppen.

Franz Josef en Fox gletsjers
De twee bekendste gletsjers van Nieuw-Zeeland liggen ongeveer 30 minuten rijden uit elkaar. Dit maakt een bezoekje aan beiden in één dag een prima plan, zeker omdat de route er naartoe (en van de een naar de ander) absoluut geen straf is. Wij beginnen met de wandeling die door de brede gletsjervallei van de Franz Josef Glacier slingert. We passeren een aantal watervallen, totdat het pad eindigt op een soort plateau met uitzicht op de gletsjer. Vanaf hier is het nog een dikke kilometer tot aan de gletsjer, dus het is maar goed dat we een verrekijker bij ons hebben. Ondanks de grote afstand tussen ons en het ijs is het helemaal geen verkeerd uitzicht en dat nemen we dan ook maar goed in ons op, voordat we op weg gaan naar de volgende gletsjer. Stiekem hopen we dat we daar wat dichter bij het ijs kunnen komen. Ook bij de Fox Glacier kunnen we via een wandelpad naar het dichtstbijzijnde uitzichtpunt lopen en hoewel de ijsmassa voor ons (die al vanaf de parkeerplaats zichtbaar is) alsmaar groter en indrukwekkender wordt, moeten we niet vergeten af en toe om te kijken. De vallei waar we doorheen lopen is een plaatje, om het eens ouderwets te zeggen, met steile rotswanden en talloze watervallen. Het uitzichtpunt ligt helaas ook hier op een flinke afstand van de ijswand van de gletsjer, maar op de informatieborden die er staan zien we al snel dat dit niet altijd zo geweest is. Dat de meeste gletsjers ter wereld in grootte afnemen is niets nieuws, maar als je leest dat het ijs hier amper 15 jaar geleden nog tot dit punt kwam, is het toch wel erg confronterend.

Rob Roy gletsjer
De mooiste gletsjer die wij in Nieuw-Zeeland bezochten heet de Rob Roy. Alleen al de route ernaartoe, waarvoor we onze Wicked over een lange grindweg en door verschillende riviertjes hebben moeten sturen (laat het ze niet horen!), was een ervaring op zich. Als je auto na al die kilometers hobbelen nog heel is, begint er vanuit de parkeerplaats een wandeling van zo’n twee uur die naar een uitzichtpunt met prachtig uitzicht op de gletsjer leidt. Deel één van de wandeling loopt langs een ijsblauwe rivier, waarna het pad de bossen induikt, onderweg steeds opnieuw om fotostops vragend vanwege de schitterende uitzichten op de besneeuwde bergtoppen eromheen. Ongeveer halverwege zien we voor het eerst de gletsjer, die bovenaan de rand van een stijle klif abrupt ophoudt. Het restant van de wandeling brengt ons dichter en dichter bij die rotswand, totdat we het perfecte uitzicht op het bijna magische geheel hebben. Over de klif komen tal van watervallen naar beneden gestort (wij tellen er 27), stuk voor stuk gevoed door de enorme gletsjer. De perfecte plek om onze boterhammetjes op te eten en wat zonnestralen op te vangen dus. We zouden in deze omgeving nog wel uren kunnen blijven hangen, maar na een uurtje rondkijken en dus stil zitten, beginnen we het koud te krijgen en besluiten we toch maar te beginnen met de terugweg.

Mount Cook
Koud is het ook op het hoogste punt van Nieuw-Zeeland, de met sneeuw bedekte top van Aoraki, ofwel Mount Cook. Met zijn 3754 meter is deze reus het hoogste punt van het continent. Het nationale park waarin hij ligt omvat nog eens 18 andere bergen met toppen boven de 3000 meter, en wij kunnen niet wachten om daartussen te lopen. Vanaf de oevers van het bizar blauwe Lake Pukaki hebben we het perfecte uitzicht op een aantal van die bergtoppen, met als duidelijk hoogtepunt Mount Cook. We parkeren de auto op de gratis camping aan het meer (wij hebben wel eens op slechtere plekken overnacht) en klappen de daktent uit om hier twee nachten te vertoeven. De volgende morgen rijden we langs het meer af in de richting van het kleine dorpje Mt Cook. De weg door de Hooker Valley is op z’n zachtst gezegd schitterend en hoe dichter we bij de bergen komen, hoe indrukwekkender het uitzicht wordt. Na een kort bezoek aan de I-SITE rijden we over een smalle weg verder totdat we met de auto niet meer verder kunnen. De Hooker Valley Track, brengt ons over de bodem van een door een enorme gletsjer uitgesleten vallei naar Hooker Lake, de uitloper van de Hooker Glacier aan de voet van Mt Cook. Zittend aan de rand van een gletsjermeer vol drijvende stukken ijs, met op de achtergrond de top van Mount Cook die inmiddels door voorzichtige wolken wordt omringt, smaken onze boterhammetjes pindakaas weer extra lekker. Ineens snappen we ook waar de Māori naam voor deze berg vandaan komt: Aoraki betekent in het Engels namelijk ‘Cloud Piercer’.

Tasman gletsjer
Behalve veel bergen vind je in het Aoraki/Mount Cook National Park ook een klein leger aan gletsjers. Zo’n 40% van het totale oppervlak van het park is er mee bedekt. En de Hooker gletsjer is lang niet de grootste van het stel. De nabijgelegen Tasman Glacier wel, en die willen wij dus niet missen. De grootste gletsjer van Nieuw-Zeeland is bijna 30 kilometer lang en op sommige plekken zo’n 600 meter dik. De smeltende ijsmassa heeft ook hier zijn sporen in het landschap achtergelaten, met een groot meer tot gevolg. Na een korte wandeling bereiken we een uitzichtpunt over dit meer, waar verschillende ijsschotsen in drijven. Pas als we zien hoe klein de bootjes die op het meer varen lijken, beseffen we hoe enorm de ijsschotsen zijn waar ze langs af zoeven. De bootjes, waar ongeveer tien man op kunnen zitten, lijken net speldenknoppen. Aan het ene uiteinde van het meer ontmoet een enorme muur van ijs, het uiteinde van de Tasman Glacier die uit de bergen gekringeld komt, het melkblauwe water. Aan het andere uiteinde stroomt het water een kleine rivier in, die door de brede vallei zijn weg naar Lake Pukaki zoekt. Nu we al dit moois gezien hebben rest ons eigenlijk nog maar één ding. Een duik in een van deze gletsjer meren, maar die bewaren we voor de volgende ochtend voordat we weer verder rijden.

Een beetje cultuur snuiven
Naar Nieuw-Zeeland ga je natuurlijk vooral voor de prachtige natuur. Op het gebied van kunst en cultuur is er namelijk niet zo heel veel te vinden, al kom je onderweg zo af en toe echt wel eens wat moois tegen. En dat is dan toch wel een vermelding waard. Zo vind je in sommige steden best wel mooie architectuur, meestal achtergelaten door de Europeanen die dit land vanaf het begin van de 19e eeuw koloniseerden. Het station in Dunedin is daar een goed voorbeeld van en verleidde ons ertoe om onze camera er bij te pakken. Niet alleen de buitenkant is fotogeniek, ook de binnenkant met de mozaïeken vloer en glas in lood ramen doet het goed. In Dunedin, gesticht door de Free Church of Scotland en gebouwd naar voorbeeld van Edinburgh in Schotland (Dun Eidann in de Keltische taal), zijn naast het station ook een mooie kathedraal en stadhuis, een bierbrouwerij en chocoladefabriek en en een weelderige botanische tuin te vinden. Genoeg te doen dus!

Oamaru
Ook het stadje Oamaru staat bekend vanwege haar koloniale architectuur. Je vindt er een verzameling oude Victoriaanse gebouwen uit Nieuw-Zeeland’s gouden tijden. Op weinig plekken zijn ze zo goed bewaard gebleven, al zijn ze ook hier lange tijd verwaarloosd. Inmiddels heeft de stad de toeristische waarde van haar Victoriaanse district ingezien en zijn er antiekwinkels, kunstgalerijen en musea die deze panden goed benutten. Vooral het bijzondere Steampunk HQ springt er uit. De oude Victoriaanse stijl wordt in dit district zorgvuldig intact gehouden, van oude fietsen met enorme wielen tot kinderkopjes in de straten. Het is dat er hier en daar wat moderne auto’s geparkeerd staan, anders had het zomaar 1880 kunnen zijn.

The Lost Gipsy
We komen onderweg nog een ander bijzonder en merkwaardig gebouw tegen; de Lost Gipsy Gallery. Of ja gebouw… In en rondom een oude (zeg maar gerust antieke) camperbus stelt een hippie/uitvinder zijn kleine creaties tentoon. Je vindt er vooral prullaria waar je eigenlijk niets aan hebt, maar dat er over na is gedacht is wel duidelijk. De verschillende met de hand te bedienen machientjes zijn stuk voor stuk uniek en doen de vreemdste dingen, zoals draaiorgeltjes gemaakt van slechts een aantal schelpen waar water doorheen loopt (best een leuk geluidje) of de ‘World’s Softest Nose Pincher’. Deze twee uit staaldraad gevormde handjes kun je door aan een hendeltje te draaien inderdaad heel zachtjes in je neus laten knijpen. Nadat we een potje tafelvoetbal hebben gespeeld, waarvan de plastic voetballertjes stuk voor stuk het hoofd van een knuffeltje hebben (Tijl en Rick winnen natuurlijk van de dames), kunnen we weer verder rijden.

Citytripping
De grote steden van Nieuw-Zeeland kunnen qua kunst en cultuur niet tippen aan steden in Europa, Azië of Australië, maar toch is een bezoekje aan bijvoorbeeld Queenstown of Christchurch zeker de moeite waard. Queenstown, de ‘Adventure Capital of the World’ is voor veel backpackers een belangrijke tussenstop om wat dingen van de bucketlist te strepen. Op iedere straathoek vind je namelijk wel een zaakje dat bungeejumpen, skydiven, raften of canyoning aanbiedt. Allemaal erg gave dingen, maar helaas ook allemaal erg duur! Wij slaan dus over, zodat we iets langer op ons budget kunnen teren. Dat wil niet zeggen dat een dagje in Queenstown een straf is, in tegendeel zelfs. We wandelen langs het meer af, eten een overheerlijke ‘Fergburger’ (waar we maar liefs 40 minuten voor in de rij hebben moeten staan) en terwijl Rick en Tijl naar het uitzichtpunt over de stad wandelen, relaxen Olivia en Irma aan het meer op de camping.

De andere grote stad op het Zuidereiland is Christchurch, waar we helaas allemaal wel eens van gehoord hebben. In 2011 werd Christchurch namelijk getroffen door een zware aardbeving, waarbij 185 mensen om het leven kwamen. Behalve dit verlies van menselijke levens verloor de stad ook haar identiteit. Grote delen van het oude centrum werden verwoest en tot op de dag van vandaag (bijna 6 jaar later) lijkt het of er nauwelijks herstelwerkzaamheden zijn geweest. Die zijn er natuurlijk wel, maar de wederopbouw van de stad is een kostbaar en tijdrovend proces, waarbij uiteindelijk bijna 80% van de gebouwen in het centrum al afgebroken zijn of nog afgebroken moeten worden. En dus wordt Christchurch nu door velen omschreven als spookstad, waar je na aankomst vooral zo snel mogelijk weer weg wil. Toch zijn er tussen alle bouwplaatsen, wegwerkzaamheden en open vlaktes nog genoeg mooie dingen te vinden, waardoor wij ons bezoekje aan Christchurch toch echt niet hadden willen missen. De vele gevels die bekleed zijn met artistieke kunstwerken, een gigantische botanische tuin en een geheel uit karton gebouwde kerk fleuren de stad gelukkig weer wat op.

“Oh man, wat is dat water helder!”
Ja Rick, dat water is inderdaad helder, maar wen d’r nou maar aan, want dat is het hier overal! Dat wennen blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, want de hierboven genoemde uitspraak wordt zo’n beetje de lijfspreuk van onze reis. Elke keer als we weer langs een rivier komen, aan een meert liggen of bij een waterval stoppen wordt dit wel door één van ons gezegd, zo ook wanneer we op onze laatste dag in Nieuw-Zeeland samen met Rick de Rakaia Gorge Walkway lopen, een ongeveer 10 kilometer lange route langs de Rakaia River. De uitzichtpunten die we onderweg passeren geven ons een mooi overzicht over de door de rivier uitgesleten kloof. Ook de Deap Stream Walking Track, waar we een aantal dagen eerder een klein stukje van lopen, volgt de oevers van een kleine rivier die steeds verder een kloof in verdwijnt. Omdat Olivia in de auto op ons zit te wachten lopen we niet al te ver de kloof in, maar Rick besluit wel meteen dat hij hier nog wel eens terug gaat. En dat zei hij de afgelopen tijd al eens meer.

Overal meren
Meren zijn er genoeg hier in het Zuiden, de één nog blauwer dan de ander. Elke keer weer staan we versteld van hoe helder het water is, hè Rick?! Koud is het water ook, maar als je niet elke dag van een douche verzekerd bent, dan is een frisse duik zo nu en dan toch best lekker. In het zonnetje aan de oever van zo’n meer een beetje liggen te chillen, zoals in Queenstown en Wanaka, is ook wel lekker, dus ook daar maken we ons geregeld schuldig aan. Al helemaal omdat bijna elk meer lijkt te worden omgeven door bergen, waardoor de panorama’s zoals bij Lake Pukaki en Lake Tekapo fantastisch zijn. Het ijsblauwe water strekt zich voor ons uit en ontmoet aan de horizon de voet van een van Nieuw-Zeeland’s bergketens. En ja, als er dan op de voorgrond ook nog eens een schitterend oud kerkje staat, dan geven we eerlijk toe dat mooie foto’s maken ineens niet meer zo heel moeilijk is. Maar niet alleen bij drukbezochte toeristische hotspots zoals The Church of the Good Shepherd aan de oevers van het Tekapo meer, ook aan ‘kleine’ onbekende meertjes waar we toevallig neerstrijken omdat er een gratis camping is, is het maken van een ansichtkaart kiekje een eitje.

Sterrenkijken
Een foto van de nachtelijke sterrenhemel maken is heel andere koek. Onze eerste pogingen, toen we nog in Mongolië waren en we elke nacht naar de ontzettend heldere melkweg konden staren, liepen op niks uit. Dat het daar ’s nachts -25ºC werd, maakte met instellingen van de camera spelen en een en ander proberen zo goed als onmogelijk, dus dat hebben we toen snel opgegeven. Gedurende het vervolg van onze reis zijn we er daarna eigenlijk niet echt meer mee bezig geweest, of kwam het er gewoon niet van. In Nieuw-Zeeland hebben we het na wat tips van o.a. Joren, waarmee we op het Noordereiland de Tongariro Alpine Crossing hadden getrotseerd, weer een beetje opgepakt. Met naar ons idee toch wel een paar leuke foto’s als resultaat. We zijn nog geen pro’s, maar het begint in ieder geval ergens op te lijken.

En daarmee komt er een einde aan onze reis door dit schitterende land. We hebben er heel veel van kunnen zien, maar willen zeker nog eens terug voor de rest.

Dit bericht heeft 2 reacties
  1. Wauw! Nog steeds super om te lezen!
    Wat een super mooie foto’s en wat een mooie natuur! Dat water is echt heel helder! 😉 snap dat dat indrukwekkend blijft!
    Die sterrenfoto met dat kerkje vind ik wel echt een pro! Super mooi! Lekker thuis op de bank van na genieten!

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.