skip to Main Content
Ten days in Tibet

Ten days in Tibet

Samen op wereldreis. Heel concreet waren de plannen nog niet, maar mocht het ooit zover komen dan wisten we al wel wat plekken die we zeker wilden bezoeken. Een daarvan was Tibet. Een land, of eigenlijk een regio, dat qua oppervlakte en landschap te vergelijken is met Mongolië en qua temperatuur trouwens ook. Klein verschilletje met Mongolië is de hoogte. En ja, dan hebben we het natuurlijk over de Himalaya, met als absoluut hoogtepunt de Mt. Everest, letterlijk en figuurlijk. Naast bergen heeft Tibet  nog veel meer te bieden en dus moest er ruimte worden gemaakt in ons schema. Na de zeer gezellige kerstdagen in Beijing bleken er namelijk nog maar vier mogelijke ‘Tibetdagen’ in onze planning te zitten. Door onze route door China waar nodig in te korten hebben we er uiteindelijk gelukkig 10 dagen van weten te maken. Ten days in Tibet it is!

*English version below, because sadly no-one in our Tibet group speaks Dutch;)*

Eenmaal, andermaal …
Omdat Tibet momenteel een redelijk gevoelig onderwerp is in China, is een reis ernaartoe niet zomaar geregeld. Zo kun je bij je Chinese visumaanvraag bijvoorbeeld beter geen melding maken van een mogelijk bezoek aan die regio. Doe je dat wel dan is de kans zeer groot dat je aanvraag wordt afgekeurd. Eenmaal in China is het regelen van een special permit (speciale vergunning) de volgende stap. Gelukkig is dat redelijk eenvoudig omdat je het niet zelf hoeft te doen. Het enige lastige is het vinden van de juiste touroperator, want op eigen houtje door Tibet reizen is niet mogelijk (zeker weten doen we het niet, maar naar alle waarschijnlijkheid heeft dat te maken met de Chinese regering die niet wil dat toeristen andere delen van Tibet zien dan die door hen goed zijn gekeurd). Al helemaal als je er 15 dagen voor aankomst in Lhasa achterkomt dat het regelen van de hierboven genoemde permits minimaal 14 dagen in beslag neemt. En dus zijn wij de laatste dagen van 2015 nog druk bezig met het samenstellen van onze ideale tour en het vinden van de juiste prijs.

Een paar dagen Lhasa wordt door elke touroperator eigenlijk wel aangeraden, ten eerste vanwege de bezienswaardigheden in de stad en ten tweede vanwege de problemen die je mogelijk zou kunnen ervaren in verband met de hoogte. Even de tijd hebben om te acclimatiseren is dan geen overbodige luxe. Na Lhasa kan je in principe twee kanten op: natuur of cultuur. Kies je voor die laatste dan zal het vervolg van je tour zich in de meeste gevallen concentreren op de steden, kloosters en tempels rond Lhasa. Wij kiezen echter voor de eerste optie, waarbij je na Lhasa via een aantal tussenstops een bezoek zal brengen aan het Mount Everest Base Camp. Er zijn overigens nog veel meer opties voor tours door Tibet, maar onze tijd was daar helaas te kort voor. Uiteindelijk komen we uit bij ChinaYak tours, die na enige onderhandeling akkoord gaan met een voor ons acceptabele prijs. Leuke bijkomstigheid is het feit dat ChinaYak onderdeel is van een grotere organisatie, waardoor we waarschijnlijk met een groep van rond de 10 personen Tibet zullen gaan ontdekken.

Goed gezelschap
Vanuit Chengdu reizen we per trein naar Lhasa. De Qīnghǎi–Tibet spoorlijn staat bekend als een van de mooisten ter wereld. Zeker is dat het de hoogste ter wereld is, met het hoogste punt op 5072 meter en zo’n 86% van het traject boven de 4000. De oxygen-outlets die in elke coupé te vinden zijn, worden door een aantal mensen dan ook goed benut. De uitzichten onderweg zijn spectaculair en dus vliegen de 42 uur die nodig zijn om Lhasa te bereiken voorbij. Het onboard-entertainment dat door een Schotse ‘digital dinosaur’ (zijn woorden) verzorgd wordt, zorgt voor de nodige afleiding als er even niets te zien is. Zijn eerste avontuur bracht hem in ’64 al liftend van Londen naar Melbourne. Drie maanden later per boot van Sydney naar Panama betekende de start van het volgende avontuur. Genoeg verhalen om van te genieten dus, met hier en daar een geschiedenislesje voor de afwisseling.

Eenmaal in Lhasa worden we opgewacht door onze gids Purbu, die ons na een kleine introductie over de stad naar ons hotel brengt. Daar aangekomen sturen we snel wat berichtjes naar het thuisfront, waarna we de stad in gaan om een eerste indruk te krijgen. Het verschil met andere Chinese steden is enorm, wat in het voordeel van Lhasa spreekt. Er is kleur, geur en geluid op straat, heel anders dan de grijze massa die we inmiddels gewend zijn. Op aanraden van Purbu gaan we een hapje eten bij het zeer toepasselijk genaamde Lhasa Kitchen, een beetje Westers gefocust, maar een absolute aanrader. Terug in het hotel maken we kennis met een aantal van onze groepsgenoten, die op ons aanraden ook maar een kijkje gaan nemen bij ons restaurantje. De volgende morgen is de groep voor het eerst compleet. Daniel, Dan(ial) en Garry from Down Under, Dennis uit Denemarken, Andreas, Patrick en Hauke die Duitsland vertegenwoordigen (Duitsers kom je echt overal tegen) en Frederick uit de U.S. of A. Een goed gezelschap.

Cultuursnuiven in Lhasa
De eerste dagen van onze tour spelen zich zoals gezegd af in Lhasa. Het ritueel is elke morgen hetzelfde: opstaan voor een gezamenlijk ontbijt, pick-up door onze gids en vervolgens richting de bus, waar onze chauffeur al op ons zit te wachten. Onze dagen hier zijn goed gevuld en dus leidt onze gids ons vaak kort en krachtig rond. Bezoekjes aan de belangrijkste kloosters en tempels van de stad zijn eigenlijk altijd wel inbegrepen, maar dat is gelukkig absoluut geen straf. Het Sera klooster, waar we een debat tussen de monniken mogen bijwonen, en het Drepung klooster, ooit een van de grootste kloosters ter wereld, staan op de planning voor dag 1. Een klein uurtje in het Tibet Museum geeft daarnaast de nodige inzichten in de geschiedenis van deze regio, al heeft alles een overduidelijk pro-Chinees tintje. We sluiten de dag af met een gezamenlijk diner bij Lhasa Kitchen (sommigen waren daar nog niet geweest) en een paar biertjes in een lokaal barretje.

Dag 2 is gereserveerd voor het wereldberoemde Potala Palace en de Jokhang tempel. De eerste van de twee is een indrukwekkend paleis, gebouwd op een heuvel midden in de stad, en is het boegbeeld van Tibet. In dit paleis hebben het merendeel van de voormalige Dalai Lama’s (de politieke en spirituele leiders van Tibet) gewoond. Het was bovendien het centrum van de politieke macht in de tijd dat de Dalai Lama Tibet regeerde. Geen wonder dus dat dit paleis in alle reisboeken van Tibet staat. In het echt is het nog indrukwekkender dan op de foto’s. Dit zal vast iets te maken hebben met de omvang van het gebouw en de sfeer eromheen: de geur van wierook, de bergen die de stad omringen en de biddende pelgrims die er rondlopen. Vooral dat laatste maakt veel indruk. Het is ongelofelijk om te zien hoe toegewijd sommige van hen zijn. Ze zakken om de vijf meter op hun knieën en raken dan drie keer de grond met hun hoofd, zeer bijzonder om te zien. Die middag aanschouwen we hetzelfde ritueel bij de Jokhang tempel, waar enorme aantallen pelgrims het zogenaamde Barkhor Circuit volgen. Ze lopen trouwens altijd rechtsom, dus met de klok mee, en knielen of hun leven er vanaf hangt, in de hoop dat de toekomst veel goeds zal brengen.

Buiten ons reisschema om hebben we gelukkig ook nog wat tijd om zelf op onderzoek uit te gaan. Lhasa wordt in deze tijd van het jaar namelijk overspoeld door Tibetaanse boeren die vanwege de wintermaanden weinig op het land kunnen doen en daarom hun pelgrimstocht naar Lhasa maken. En dat geeft de stad een heel bijzonder sfeertje. De mensen die we er zien dragen bijna allemaal traditionele, zeer kleurrijke kleding en hebben gezichten die een heel mensenleven beschrijven. Grappige bijkomstigheid is dat veel van die mensen ons net zo bijzonder vinden als wij hen, met de nodige fotoshoots tot gevolg. Buiten de mensen is Lhasa als stad ook erg bijzonder. De Tibetaanse stijl van bouwen (vierkante huizen die op een paar gekleurde lijnen na helemaal wit zijn geschilderd), de kleine, smalle straatjes en de overvolle winkeltjes maken de vrije uurtjes absoluut geen straf.

Op naar Mt. Everest
Een mooie rit brengt ons de volgende dag naar Shigatse, een stadje halverwege de route naar Mount Everest. Onderweg zijn er verschillende checkpoints waarvoor onze chauffeur de kilometerteller regelmatig laat zakken tot zo’n 10 km/h. Hij doet dit om de stukken dat hij harder reed dan 40 te compenseren. Ondanks de prima kwaliteit van de weg waarop we rijden, is de maximum toegestane snelheid namelijk slechts 40 km/h. Shigatse is een stadje wat behalve een erg mooi klooster niet veel te bieden heeft, zeker niet in de winter aangezien de meeste restaurantjes dan gesloten blijken te zijn. Het Tashilhunpo Monastery is het grootste klooster in Tibet, wederom tegen een berg gebouwd en vol met Tibetaanse pelgrims. Bovenaan het klooster staat een enorme witte muur, een zogenaamde Thanka Wall, die tijdens Tibetaanse feestdagen kleurrijk wordt versierd. Na een rondje door het klooster besluiten we richting die wall te lopen omdat we hopen dat we van daaruit een mooi uitzicht over de stad en het klooster zullen hebben. Halverwege het pad passeren we een bordje waarop staat “do not goup”. Vragend kijken we elkaar aan, niemand blijkt te weten wat ‘goupen’ is en dus lopen we verder. We hadden gelijk over het uitzicht en de muur blijkt geschikt voor een aantal coole groepsfoto’s. Wanneer we teruglopen kijken we nogmaals naar het bord en ineens valt het kwartje: “Ohh, do not go up!”. Oeps.

Als we later die dag in ons hotel aankomen blijken we geluk te hebben. Omdat er één kamer is met een tweepersoonsbed en wij het enige stelletje zijn, krijgen wij die kamer toegewezen. Al is kamer misschien niet helemaal rechtvaardig, het was eerder een suite. Twee badkamers, een woonkamer en een slaapkamer; helemaal niet slecht dus. We besluiten na het eten wat biertjes te kopen en sluiten de avond gezellig af in onze woonkamer.

De volgende dag staan we om 6.00 uur op zodat we op tijd kunnen beginnen aan de lange reis naar Everest Base Camp. De Tibetaanse kant biedt blijkbaar de beste uitzichten op de berg aangezien er hier geen andere hoge bergen het zicht blokkeren. Waarschijnlijk overbodig om te vermelden, maar de top van de Mount Everest is met haar 8848 meter het hoogste punt ter wereld. Beklimmen van deze berg is dan ook bijna onmogelijk door het enorme drukverschil op deze hoogte en vereist maanden van training. Onderweg ervaren wij al een lichte hoofdpijn en kortademigheid door de hoogte en zijn dus blij dat we niet hoger hoeven te komen dan een pas van 5260 meter op de weg naar Base Camp. Deze weg biedt ontzettend veel mooie uitzichten, met als hoogtepunt het viewpoint van waaruit we maar liefst vier bergtoppen kunnen zien die boven de 8000 meter uittorenen (in de hele wereld zijn er 14 van zulke reuzen). Dit leverde best wel wat foto’s op, die we natuurlijk niet voor onszelf willen houden en dus kun je ze zien in een fotoreportage. We brengen de nacht door in een guesthouse aan de voet van de Mt. Everest. Het feit dat we hier een prachtig uitzicht hebben en dat het de beste plek is om de zonsondergang en -opkomst te fotograferen, doet snel vergeten dat het er echt ontzettend koud is.

Laatste dagen in Tibet
Na een erg korte nacht voelt iedereen zich behoorlijk beroerd. Is het niet door de hoogte, dan wel door een tekort aan slaap. We duiken weer de bus in voor onze route terug naar Lhasa die verdeeld is over de komende twee dagen. Onderweg passeren we wederom een aantal ontzettend mooie uitzichtspunten, waar we natuurlijk even rondslenteren en de nodige foto’s maken. Dat geldt vooral voor dag twee. Dan wijken we namelijk af van de route die we op de heenweg hebben gevolgd. We stoppen bij twee gletsjermeren, waarvan het water blauwer is dan de lucht. Een van deze meren is het heilige Yamdro-tso meer. Wat meteen opvalt is het ontbreken van afval. Je ziet het door heel Tibet overal langs de wegen liggen, behalve rond dit meer. Nogmaals wordt duidelijk hoe belangrijk het geloof is voor de Tibetanen. Wat je hier wel weer tegenkomt, net als in de rest van Tibet, zijn zwerfhonden. Meestal staan er zo gauw wij uit de bus stappen een paar klaar, in de hoop wat eten toegegooid te krijgen. Als je ze wil benaderen schieten ze helaas vaak schuw weg. Het lijkt er op dat ze niet altijd even goed behandeld worden, best wel zielig dus.

We stoppen die dag ook nog bij de Karo-la gletsjer, waar de verkopers van wensvlaggetjes en sieraden ons meteen om de nek vliegen. Ook dit is namelijk een heilige plaats, waar de Tibetanen maar al te graag wat offers achterlaten. Is het niet in de vorm van wensvlaggetjes, dan is het wel door bepaalde grassen of kruiden te verbranden waardoor er een rokerige, maar lekkere geur wordt verspreid. We schieten nog wat laatste fotootjes en rijden dan door naar Lhasa, voor onze laatste avond in Tibet. Om onze fantastische trip waardig af te sluiten, gaan we uit eten bij ons vaste restaurantje. We delen onze foto’s en genieten nog een laatste keer van het heerlijke brood dat gevuld is met yak vlees. De mensen die ons hebben vergezeld op ons avontuur door Tibet zijn de beste reisgenoten die we ons konden wensen. We hebben daarmee ontzettend veel geluk gehad. We lagen goed op een lijn en wij bleken niet de enigen te zijn die al veel van de wereld hadden gezien. En ja, dan zit er niks anders op dan verhalen uitwisselen, ervaringen delen en hopen dat we een aantal van hen nog tegen gaan komen tijdens het vervolg van onze reis.

Doei Tibet, of toch niet?
De ochtend van ons vertrek scheiden onze wegen. Wij worden samen met Patrick, Dan en Andreas (die ook naar Kathmandu vliegt) in alle vroegte opgehaald en op tijd gedropt op het vliegveld van Lhasa. Onze incheckbalie is nog niet open en dus gaan we op zoek naar een ontbijtje. Tot Irma’s grote geluk is er een Dico’s op het vliegveld en krijgt ze dus toch nog de echte Chinese fastfood-ervaring die ze zo graag wilde. Een kipburgertje is misschien niet het ideale begin van de dag, voor de Chinezen lijkt het heel gewoon. Na ons ontbijtje zijn we helemaal klaar voor onze volgende bestemming: Kathmandu. Helaas blijkt Kathmandu nog niet helemaal klaar voor ons. Door slecht weer op deze bestemming is onze vlucht namelijk zo’n zes uur vertraagd. Dat wordt wachten, lang wachten.

Wanneer we een filmpje op de iPad en een gratis lunch later toch eindelijk in de lucht hangen, kijken we vol verwachting uit het raam. We weten namelijk dat we over de Himalaya vliegen en dus de kans hebben de Mt. Everest nog een laatste keer te bewonderen. Als de eerste besneeuwde bergtoppen in beeld komen, vliegen we de wolken in en verdwijnen ze onder een witte laag. Dikke vette pech dus en bye bye Himalaya. Als klap op de vuurpijl wordt er na een uur vliegen (de vlucht duurt maar 75 minuten) omgeroepen dat het nog steeds niet mogelijk is om te landen in Kathmandu. Omdat we blijkbaar niet in het donker in Lhasa kunnen landen is omkeren ook geen mogelijkheid en dus besluit de piloot door te vliegen naar Chengdu, nog zo’n twee uur vliegen verder. Morgen doen we een tweede poging. Gelukkig heeft Air China in Chengdu een bus klaarstaan, die ons naar een mooi hotel (met een heerlijk warme douche) brengt waar we op hun kosten de nacht door mogen brengen.

Omdat er geen directe vluchten van Chengdu naar Kathmandu vliegen, vertrekken we om 11 uur de volgende ochtend weer in de richting van Lhasa. Daar zijn we dan, terug in Tibet. Gelukkig loopt alles nu wel volgens plan en komen we die middag aan in het drukke en erg levendige Kathmandu. De extra dag was even balen, maar dit werd snel goedgemaakt toen we tijdens de vlucht uit het raam keken en dan toch nog het prachtige Himalaya gebergte konden zien, a view to remember!


Ten days in Tibet

Exploring the world together. Our plans were no way near definitive, but if it was ever going to happen we already knew what places we would surely visit. One of those places was Tibet. A country, or actually a region, that can be compared to Mongolia in both size and landscape, and also in temperature. One small difference with Mongolia however is the elevation. And with elevation we mean The Himalayas off course. It’s absolute pinnacle: Mt. Everest, literally and figuratively speaking. Tibet has a lot more to offer besides mountains, so we had to create some room in our travel plans. After our way too merry Christmas in Beijing we were shocked to find out that we had only four possible “Tibet Days” left in our schedule. By shortening our route through China wherever possible, we were able to bring that number up to 10, thank god. Ten days in Tibet it is!

Going once, going twice …
Because Tibet is currently a pretty sensitive topic in China, traveling there is not very easy. When you are getting your visa for China for instance, you better not mention your plans of visiting Tibet. Do so anyways and chances are high that your visa application will be rejected. Once in China, arranging a special permit is the next step. Fortunately, this is very simple because you don’t have to do it yourself. The only hard thing is finding the right tour operator, because traveling to Tibet on your own is not possible (we are not 100% sure about the following remark but that will quite likely have to do with the Chinese government not wanting tourists to be snooping around in places that are not fully approved by them.) Arranging the permit becomes particularly hard when you find out that a permit usually takes 14 days to arrange and you know that it’s 15 days before arriving in Lhasa. So there we are, spending our last days of 2015 frantically searching for the perfect tour with that perfect price.

Every tour operator will tell you that their tour will start with a coupe of days in Lhasa. First of all because of the sights you can visit there, secondly because of the possible problems you might experience due to the altitude. Having some extra time to acclimatize is never a bad thing they say. After Lhasa you generally have two options: nature or culture. If you opt for the latter your tour will probably focus on the cities, temples and monasteries around Lhasa. We, however, go for the first option, where you will make your way from Lhasa to the Mount Everest Base Camp. There are of course much more touring options in Tibet, but our time unfortunately was too short to explore those more. We eventually end up with ChinaYak tours, after some hefty negotiations on a price that would fit our budget. A good thing about ChinaYak is the fact that they are part of a bigger organisation, so the chances are high we will be exploring Tibet in the company of some other travellers.

A good group
Instead of flying in, we decide to take a train to Lhasa. The Qīnghǎi-Tibet railway is known as one of the most beautiful in the world. It is also the highest in the world, topping out at 5072 meters, about 86% of the line is above 4000m. The oxygen outlets that can be found in each compartment are, for some people, a very welcome addition to the otherwise normal looking train. The views along the way are spectacular, so the 42 hours needed to reach Lhasa are over in no time. The onboard entertainment provided by a Scottish ‘digital dinosaur’ (his words), provides the necessary distraction whenever there’s nothing to see outside. His first adventure was hitchhiking from London to Melbourne, in ’64. Three months later, a boat from Sydney to Panama was the start of the next adventure. Enough stories to enjoy as you can imagine, with a history lesson here and there to shake it up a bit.

Once in Lhasa, we are picked up by our guide Purbu who brings us to our hotel after a little introduction about the city. Once there we quickly send some messages to our parents, and then go into the city to get a first impression. The difference with other Chinese cities is huge, in favor of Lhasa. The streets are full of colors, sounds and scents, quite different from the gray mass that we have come to expect. On Purbu’s advice, we go for a bite to eat at the very aptly named Lhasa Kitchen; a little Western focused, but an absolute must if you ever find yourself in Lhasa. Back at the hotel we meet some of the people of our group, which we also recommend to go take a look at our restaurant. The next morning, our tour group is complete for the first time. Daniel, Dan(ial) and Garry from Down Under, Dennis from Denmark, Andrew, Patrick and Hauke representing Germany (Germans are everywhere) and Frederick from the US of A. Good company.

A cultural high in Lhasa
The first days of our tour are set in Lhasa. The ritual is the same every morning: get up for our joint breakfast, pick-up by our guide and then head to the bus, where our driver is already waiting for us. Our days in Lhasa are pretty full, so our guide often gives us the short and sweet tour. Visits to the major monasteries and temples of the city are almost always part of the tour, but fortunately that’s absolutely not a punishment. The Sera monastery, where we can attend a debate among the monks, and the Drepung Monastery, once one of the largest monasteries in the world, are on our day 1 itinerary. An hour in the Tibet Museum provides us with the necessary insights into the history of this region, although everything in there is pretty pro-Chinese. We end the day with a dinner at Lhasa Kitchen (some had not been there yet) and a couple of beers at a local bar.

Day 2 has been reserved for the world famous Potala Palace and the Jokhang Temple. The first of the two is an impressive palace, built on a hill in the center of Lhasa, and is the icon of Tibet. This palace has been the home of the majority of the Dalai Lamas (the political and spiritual leaders of Tibet). It was also the center of political power during the time that the Dalai Lama ruled Tibet. No wonder you can find this palace in every travel book about Tibet. In real life it is even more impressive than in the pictures. This probably has something to do with the size of the building and the atmosphere surrounding it: the smell of incense, the mountains that surround the city in the background and the praying pilgrims that walk around it. The latter in particular makes a big impression. It is amazing to see how dedicated some of them are. They drop to their knees every five meters in order to touch the ground with their heads three times, very special to see. We witness the same ritual at the Jokhang Temple that afternoon, where huge numbers of pilgrims follow the so-called Barkhor Circuit. Always clockwise by the way, kneeling as if their lives depend on it, hoping that the future will be good to them.

After finishing our daily itinerary, we get the time to do some exploring of our own. And that is extra nice this time of year. Because it’s winter, Tibetan farmers are not able to work their lands, so they travel to Lhasa as part of their pilgrimage. This phenomenon gives the city a very special atmosphere. The people we see all wear traditional, very colorful clothes and have faces that describe a whole lifetime. What’s funny is the fact that a lot of those people find us as interesting as we find them, resulting in a lot of photo shoots. Not only the people of Lhasa, but also the city itself is special. The Tibetan style buildings (square houses that are completely white, except for a couple of colored lines), the small and narrow streets and the little shops that are everywhere, make exploring this city very pleasant.

Everest here we come
A scenic drive takes us to Shigatse the next day, a town about halfway to Mount Everest. There are several checkpoints along the way, which means our driver regularly slows down to about 10 kilometers an hour. He does that to compensate for the time he has been driving above 40. Despite the excellent quality of the road on which we drive, the speed limit is set at 40 km/h. Shigatse is a town that doesn’t have a lot to offer besides a very beautiful monastery, especially in the winter, when most restaurants turn out to be closed. The Tashilhunpo Monastery is the largest monastery in Tibet, also built on a mountain and full of Tibetan pilgrims. At the top of the monastery is the huge Festival Thangka Wall, hung with massive, colourful thangkas during festivals. After a tour through the monastery, we decide to walk towards it because we hope to have a beautiful view over the town and the monastery from there. At the beginning of the path leading up to it we pass a sign that says “do not goup.” We look at each other in ignorance, but no one seems to know what ‘gouping’ means, so we walk on. We were right about the view and the wall proves to be the perfect spot for some cool group photos. We take one last look at the gouping sign on our way down and that’s when it hits us: “Ohh, do not go up!”. Oops.

When we return to our hotel later that day, luck is on our side. There is only one room that has a double bed and since we are the only couple in our group, we get that room. Although the word ‘room’ might not do it justice, suite is more appropriate. Two bathrooms, a living room and a bedroom: not bad at all! We decide to get some beers in a local supermarket so we can end the night in our living room.

We get up at 06.00 o’clock the next day because we have a long drive to Everest Base Camp ahead of us. The Tibetan side apparently offers the best view of this beauty, because there are no other mountains in front of it. It’s probably not necessary to state it here, but Mount Everest, with it’s summit at 8848 meters, is the worlds tallest peak. Climbing it is near to impossible because of the lack of oxygen at those heights and requires months of intensive training. En route to base camp we already experience some mild headaches and problems with breathing, so we’re relieved that we don’t have to go higher than a pass at 5260 meters. The drive to Everest is beautiful, offering some spectacular sights. The best is a viewpoint from which you can see four peaks that are over 8000 meters high (there are only 14 of those giants on our entire planet). The views resulted in a lot of photos that we don’t want to keep to ourselves, so we made a photo report about it. We spend the night in a guesthouse near Base Camp. This means we can see the sun set and rise on Everest, which makes up for the fact that it is freezing cold in there.

Last days in Tibet
After a very short night, everybody feels pretty shit. Either because of the height or because of a lack of sleep, indirectly also caused by the height (headaches). We get back in the bus and start the two day drive back to Lhasa. We stop at some amazing viewpoints along the way, where we just wander around and take some pictures. Day two in particular brings us to some great spots, when we deviate from the route we followed on the way from Lhasa to Everest. We stop at two glacial lakes, with water bluer than the sky. One of those lakes is the holy Yamdro-tso lake. What is immediately apparent is the lack of trash lying around. It is everywhere in Tibet, except around this lake. This shows once more the importance of religion for the Tibetan people. Something we do encounter here, like everywhere else in Tibet, are stray dogs. Whenever we exit the bus we usually find a couple of them waiting for us, hoping to get some food. Trying to pet them is hard because they are easily scared. It seems that they are not always treated well, which makes it pretty sad.

We also stop at the Karo-la Glacier, where we are jumped by vendors trying to sell prayer flags and jewelry. This too is a holy place for Tibetans, and they are more then willing to leave some offerings here. If it’s not by putting up prayer flags, it’s by burning incense, usually some fragrant herbs or dried grasses that fill the air with a smokey but lovely scent. We take some last photos and then continue on to Lhasa, for our last dinner in Tibet. To give this awesome trip the perfect ending, we go to our favorite restaurant. We share our photos and enjoy the wonderful yak meat filled bread. The people that joined us on our adventure through Tibet are some of the best travel companions you could wish for. We were very lucky with that. Among them were a lot of travelers, people who had seen much of the world. And that means exchanging stories, sharing experiences and hoping we get to meet up with some of them during the remainder of our trip.

Bye Tibet, or not?
The morning of our departure means we all go our separate ways. Together with Patrick, Dan and Andreas (who is also flying to Kathmandu), we are picked up in the early morning and taken to Lhasa airport. Our check-in is not open yet, so we go looking for breakfast. Irma’s heart skips a beat when she finds out that there is a Dico’s here. She will finally get the true Chinese fast food experience. A chicken burger might not look like the perfect start of a day, the Chinese seem to be finding it pretty normal. The place is full! After finishing this delicacy of a meal, we are ready for our next destination: Kathmandu. As it turns out, Kathmandu is not quite ready for us yet. Our flight has been delayed for almost six hours due to bad weather in Nepal. And so we wait, a long time!

When we are finally airborne, after a movie on our iPad and a free airport dinner, we are gazing through our windows in suspense. Flying to Kathmandu means flying over the Himalayas and the chance to see Mt. Everest one last time. When the first snowy peaks come in too sight however we fly into a big layer of clouds, concealing them from sight. Not our lucky day so far and thus bye bye Himalayas. To make matters worse our captain informs us that the weather in Kathmandu has not cleared up yet. We are already an hour into our flight, so it has now become too dark to land in Lhasa, which means we have to turn around and fly to Chengdu, some two hours flying away. We’ll try again tomorrow. Lucky for us Air China has a coach ready to take us to our hotel for the night. A nice place, with hot shower and of course on their expense.

Since there are no direct flights from Chengdu to Kathmandu, we leave for Lhasa at 11am the following morning. There we are, back in Tibet. Thank god everything goes according to plan this time. That afternoon, 35 hours later than planned, we finally find ourselves in crowded and bustling Kathmandu. The extra day sucked at first, but looking out the window during the second flight and seeing the beautiful Himalayan Mountains, made it all good. A view to remember.

Dit bericht heeft 2 reacties
  1. Leuk verhaal weer! Heel gaaf wat jullie allemaal meemaken. Ook leuk dat jullie een groep hadden om mee te reizen. Is toch gezelliger dan constant met z’n tweetjes lijkt me zo:D Wel alleen maar mannen zeg.. Waren er maar zo weinig vrouwelijke backpackers in Tibet of was dat toeval? Ik heb trouwens nooit geweten dat Dalai Lama’s politieke en spirituele leiders van Tibet zijn… Zie nou op wikipedia dat de Dalai Lama van nu al zoveel voorgangers heeft gehad:P Weer iets geleerd..
    Geniet er nog van!!

    1. Dankje Pleun! Inderdaad alleen maar mannen, maar ik (Irma) overleef het nog wel hoor 😉 tja, wij kern oom welke dag weer nieuwe dingen, zo ook over de Dalai Lama af en toe…

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.